![]() |
|
opgetekend door Leo Hulst Engels Lang Voorhoofd Tuimelaar. Vanaf eind jaren 70 heb ik deze tuimelaar in de meerdere kleur variëteiten gekweekt. Derhalve mag je aannemen dat ik de nodige ervaring heb opgedaan met dit ras. Een feit is, dat het bepaald niet een van de gemakkelijkste rassen is om te kweken. Reeds vanaf de oprichting van de Speciaal Club is er nooit een groot ledental geregistreerd. Het waren toen de fokkers Huib Vet en Theo van de Swarts die kontakten onderhielden met fokkers in het buitenland.
Het heeft jaren geduurd voordat er nazaten van die nieuwe imports kon worden afgegeven. Maar het kwaad was reeds geschied en waren er maar heel weinig fokkers van dit ras overgebleven. Het was toen vooral Albert van Feggelen die via een rondschrijven alle "oud leden" opnieuw benaderde om de Speciaal Club een nieuw leven in te blazen. Door de wil er gezamenlijk weer iets moois van te maken werden de kontakten in het buitenland sterker aangehaald. Hoogtij jaren voor de Speciaal Club waren aangebroken, zeker tot het Millenium. Gezamenlijk exposeerde we onze Lang Voorhoofd Tuimelaars in Duitsland en Engeland. Inmiddels is er kwaliteit in de ons omringende landen ook sterk verbeterd en is het onderlinge contact met het buitenland op een zodanig niveau dat er op een ”prettige” manier dieren kunnen worden uitgewisseld. Maar de belangstelling voor onze duiven hobby in het algemeen is tanende. Meer vrijheid en andere prioriteiten hebben de liefhebberij m.n. onze Lang Voorhoofd Tuimelaars weer terug geworpen en zijn er nu nog maar weinig fokkers – speciaal in Nederland - die dit mooie ras willen oppakken. Het gaat nu eenmaal zo. Jonge duiven liefhebbers zijn er niet zoveel meer en zo ze er wel mogen zijn gaat men over tot het houden van een ras ZONDER voedsterduiven. De liefhebbers van kortsnavelige duiven rassen zijn meestal wat oudere liefhebbers met veel ervaring die zich nog aangetrokken voelen voor de moeilijkheids factor welke de kortsnavelige duiven nu eenmaal met zich meebrengt. |